Feiten en cijfers

Leergedrag

Formeel en non-formeel leren

Deelname aan opleiding of cursus in de afgelopen twee jaar 

Figuur 1: Deelname aan opleiding of cursus in de afgelopen twee jaar (Bron: NEA en ZEA: TNO, CBS)

Ongeveer de helft van de werknemers geeft aan een opleiding of cursus te hebben gevolgd in de afgelopen 2 jaar. Dat aandeel is tussen 2013 en 2019 redelijk stabiel gebleven. Na een lichte afname in 2020 en 2021 tijdens de Covid-19 pandemie is het aandeel werknemers dat een opleiding of cursus heeft gevolgd in 2022 weer toegenomen.

Lees meer

Deelname aan scholing terug op niveau van vóór corona

Percentage werkgevers waarvan minimaal driekwart van het personeel een opleiding heeft gevolgd

Figuur 2: Aandeel werkgevers waar 75% of meer van de werknemers een cursus of opleiding heeft gevolgd in afgelopen jaar (Bron: WEA, TNO)

Aan werkgevers is gevraagd hoeveel procent van de medewerkers jaarlijks een opleiding of cursus volgt. Het aandeel bedrijven waar meer dan 75% van de werknemers aan scholing doet, is na een aanvankelijke stijging tot 25% in 2016 afgenomen tot 21% in 2021. Deze daling sinds 2019 is zichtbaar bij kleine (1-9 medewerkers) en middelkleine bedrijven (10-49 medewerkers). Bedrijven met een vestigingsgrootte tot 50 medewerkers vertegenwoordigen ongeveer 95% van alle bedrijven in de WEA en een daling bij (middel)kleine bedrijven drukt daarom zwaar op het gemiddelde.

Lees meer

Het merendeel (64%) van de werknemers volgt een opleiding om het huidige werk beter te kunnen doen

Doel van de opleiding volgens werknemers

Figuur 3: Doel van de opleiding volgens werknemers (Bron: NEA: TNO/CBS)

Aan werknemers is gevraagd wat het belangrijkste doel was om een opleiding of cursus te volgen. Korte termijn doelen zijn belangrijker dan lange termijn doelen. Het merendeel (64%) van de medewerkers volgt een opleiding of cursus om het huidige werk beter te kunnen doen (2022). Omgaan met toekomstige veranderingen in de huidige baan en de kansen op werk in de toekomst vergroten worden veel minder vaak genoemd (respectievelijk 20% en 16%). Over de jaren heen zijn deze percentages redelijk stabiel gebleven.

Lees meer

Deelname van werkenden aan  formele opleidingen neemt af.

Deelname aan opleidingen van tenminste 6 maanden

Figuur 4: lijn: Deelname formele opleidingen van tenminste 6 maanden (Bron: NEA: TNO/CBS)

De items in de vorige figuren richten zich op alle non-formele en formele opleidingen en cursussen (van een workshop van een dagdeel (non-formele opleiding) tot een (formele) hbo-opleiding) welke men in de afgelopen twee jaar heeft gevolgd. Meer specifiek hebben we ook informatie of de respondent op dit moment (ten tijde van enquêtering) een formele opleiding volgt. Wat betreft zogenaamde actuele formele opleiding, zien we na een licht positieve trend vanaf 2015 met uitzondering van de coronaperiode (met op zijn hoogst 20% in 2019), een daling in 2022 naar 17%.

Lees meer

Informeel leren

Naast (non-)formeel leren kan men ook informeel leren. Onder informeel leren verstaan we leren door het werk zelf, bijvoorbeeld door de uitvoering van (uitdagende) taken of leren van collega’s. Tegenwoordig wordt de waarde van informeel leren steeds meer benadrukt. Het ROA heeft veel onderzoek naar informeel leren gedaan. Rond de 90% van de tijd die volwassenen besteden aan leren, besteden ze aan informele leerprocessen en volgens volwassenen is informeel leren net zo effectief als een opleiding of training (Künn-Nehlen et al, 2022). Het volgen van een opleiding of cursus is voor ongeveer 40% van alle werkenden een stimulans om meer te leren op hun werk (De Grip, 2021). Informeel en formeel leren versterken elkaar en worden niet als uitwisselbaar gezien (Künn-Nehlen et al, 2022).

Ongeveer 40% van de medewerkers leert veel van hun taken en van de mensen op hun werk.

Informeel leren van taken volgens werknemers

Figuur 5a: Informeel leren van taken volgens werknemers (Bron: NEA: TNO/CBS)

Informeel leren van mensen volgens werknemers

Figuur 5b: Informeel leren van mensen volgens werknemers (Bron: NEA: TNO/CBS)

Ongeveer 4 op de 10  van de werknemers leert veel van de taken in het werk en van de mensen op het werk (collega’s, klanten, leidinggevenden etc.). Omdat informeel leren pas vanaf 2020 uitgevraagd is in de NEA en ZEA, kunnen we op basis van de monitor beperkt trends in kaart brengen. Het percentage werknemers dat veel informeel leert is in 2022 ongeveer gelijk gebleven. De vragen over leren van het werk en collega’s zijn additioneel aan vragen over informeel leren uit het eerder genoemde onderzoek van ROA. Daarin zijn vragen opgenomen over de verdeling van de leertijd over verschillende leerprocessen (90% is informeel leren) en percentage werktijd dat men besteedt aan leerzame activiteiten. Het percentage werktijd dat besteed wordt aan leerzame activiteiten is afgenomen van 30% in 2004 tot 22% in 20205 (Künn-Nehlen et al, 2022).

Lees meer

Zzp'ers leren ongeveer evenveel van taken en mensen als werknemers

Informeel leren van taken volgens zzp’ers

Figuur 6a: Informeel leren van taken volgens zzp’ers (Bron: ZEA: TNO/CBS)

Informeel leren van mensen volgens zzp’ers

Figuur 6b: Informeel leren van mensen volgens zzp’ers (Bron: ZEA: TNO/CBS)

Ook onder zelfstandigen is in 2020 en 2022 uitgevraagd in welke mate men informeel leert op het werk. Vergelijkbaar met 2020 geeft in 2022 ruim 4 op de 10 zzp’ers aan veel te leren van de taken die worden uitgevoerd op het werk. Het aandeel zzp’ers dat veel leert van mensen op het werk is gestegen van 33% in 2020 naar 38% in 2022. Het aandeel zzp’ers dat veel informeel leert – zowel van taken als mensen – is daarbij vergelijkbaar met werknemers.

Lees meer