Feiten en cijfers

Leergedrag

Formeel en non-formeel leren

Deelname aan opleiding of cursus in de afgelopen 2 jaar

Figuur 1: Deelname aan opleiding of cursus in de afgelopen twee jaar (Bron: NEA en ZEA: TNO, CBS)

Ongeveer de helft van de werknemers geeft aan een opleiding of cursus te hebben gevolgd in de afgelopen 2 jaar. Na een lichte afname in 2012 is dat aandeel tussen 2013 en 2019 redelijk stabiel gebleven. De lichte afname in 2020 heeft mogelijk te maken met de impact van de COVID-19 pandemie en aanpalende maatregelen. De komende jaren zal moeten blijken of het aandeel werknemers dat een opleiding of cursus heeft gevolgd zich weer hersteld of dat er een dalende trend is ingezet.

Lees meer

In bijna 1 op de 4 bedrijven volgde meer dan driekwart van de werknemers scholing in 2019.

Percentage werkgevers waarvan minimaal driekwart van het personeel een opleiding heeft gevolgd

Figuur 2: Aandeel werkgevers waar 75% of meer van de werknemers een cursus of opleiding heeft gevolgd in afgelopen jaar (Bron: WEA, TNO)

Aan werkgevers is gevraagd hoeveel procent van de medewerkers jaarlijks een opleiding of cursus volgt. Het aandeel bedrijven waar meer dan 75% van de werknemers aan scholing doet, neemt vanaf 2012 tot 2016 met vijf procent toe tot 25%, met een lichte daling naar 23% in 2019. Deze daling lijkt voornamelijk te komen doordat scholing bij kleine bedrijven (1-9 medewerkers) is afgenomen. Bijna vier op de vijf bedrijven heeft een vestigingsgrootte van 1-9 werknemers en een daling bij kleine bedrijven drukt daarom zwaar op het gemiddelde.

Lees meer

55-plussers geven in 2020 vaker dan jongeren aan dat ze een opleiding volgen om de veranderingen in hun huidige baan beter aan te kunnen.

Doel van de opleiding volgens werknemers

Figuur 3: lijn: Doel van de opleiding volgens werknemers (Bron: NEA: TNO/CBS)

Aan werknemers is gevraagd wat het belangrijkste doel was om een opleiding of cursus te volgen. Korte termijn doelen zijn belangrijker dan lange termijn doelen. Het merendeel (66%) van de medewerkers volgt een opleiding of cursus om het huidige werk beter te kunnen doen (2020). Omgaan met toekomstige veranderingen in de huidige baan en de kansen op werk in de toekomst vergroten worden veel minder vaak genoemd (respectievelijk 21% en 14%). Over de jaren heen zijn deze percentages redelijk stabiel gebleven.

Lees meer

Het percentage medewerkers dat een formele opleiding volgt is gestegen van 18% in 2014 naar 20% in 2020.

Deelname aan opleidingen van tenminste 6 maanden

Figuur 4: lijn: Deelname formele opleidingen van tenminste 6 maanden (Bron: NEA: TNO/CBS)

De items in de vorige figuren richten zich op alle non-formele en formele opleidingen en cursussen (van een workshop van een dagdeel (non-formele opleiding) tot een (formele) hbo-opleiding) welke men in de afgelopen twee jaar heeft gevolgd. Meer specifiek hebben we ook informatie of de respondent op dit moment (ten tijde van enquêtering) een formele opleiding volgt. Wat betreft zogenaamde actuele formele opleiding, zien we een licht positieve trend. Het percentage medewerkers dat aangeeft een formele opleiding te volgen, is gestegen van 18% in 2014 naar 20% in 2020.

Lees meer

Informeel leren

Naast (non-)formeel leren kan men ook informeel leren. Onder informeel leren verstaan we leren door het werk zelf, bijvoorbeeld door de uitvoering van (uitdagende) taken of leren van collega’s. Tegenwoordig wordt de waarde van informeel leren steeds meer benadrukt. Het ROA heeft veel onderzoek naar informeel leren gedaan. Rond de 90% van de tijd die volwassenen besteden aan leren, besteden ze aan informele leerprocessen en volgens volwassenen is informeel leren net zo effectief als een opleiding of training.1 Het volgen van een opleiding of cursus is voor ongeveer 40% van alle werkenden een stimulans om meer te leren op hun werk.2 Informeel en formeel leren versterken elkaar en worden niet als uitwisselbaar gezien.

40% van de medewerkers leert veel van hun taken en van de mensen op hun werk.

Informeel leren volgens werknemers

Figuur 5a: Percentage werknemers dat veel of weinig leert van taken op het werk (Bron: NEA: TNO/CBS)

Figuur 5b: Percentage werknemers dat veel of weinig leert van mensen op het werk (Bron: NEA: TNO/CBS)

Ongeveer 40% van de werknemers leert veel van de taken in het werk, en een vergelijkbaar percentage leert veel van de mensen op het werk (collega’s, klanten, leidinggevenden etc.). Omdat informeel leren vanaf 2020 uitgevraagd is in de NEA en ZEA, kunnen we op basis van de monitor nog geen trends in kaart brengen. De vragen over leren van het werk en collega’s zijn additioneel aan vragen over informeel leren uit het eerder genoemde onderzoek van ROA. Daarin zijn vragen opgenomen over de verdeling van de leertijd over verschillende leerprocessen (90% is informeel leren) en percentage werktijd dat men besteedt aan leerzame activiteiten. Het percentage werktijd dat besteed wordt aan leerzame activiteiten is afgenomen van 30% in 2004 tot 22% in 2020.3

Lees meer

Zzp’ers leren even vaak als medewerkers van de uitvoering van taken, maar minder vaak van andere mensen op het werk (leidinggevende, klanten, collega’s).

Informeel leren volgens zzp’ers

Figuur 6a: Percentage zzp’ers dat veel of weinig leert van taken op het werk (Bron: ZEA: TNO/CBS)

Figuur 6b: Percentage zzp’ers dat veel of weinig leert van mensen op het werk (Bron: ZEA: TNO/CBS)

Ook onder zelfstandigen is in 2020 voor het eerst uitgevraagd in welke mate men informeel leert op het werk. In 2020 geeft 43% van de zelfstandigen aan veel informeel te leren van taken die worden uitgevoerd op het werk. Dit percentage is vergelijkbaar met dat voor werknemers. Vergeleken met werknemers geven zzp’ers minder vaak aan te leren van collega’s, leidinggevenden en klanten (33% vs. 40% bij werknemers).

Lees meer