DREMPEL:

De praktijklerende zzp’er

“Sommige zzp’ers leren vooral in de praktijk: door opdrachten, klanten en nieuwe situaties. Juist daardoor bouwen ze snel veel kennis en ervaring op.”

Profiel

De praktijklerende zzp’er werkt in een omgeving waarin vooral wordt geleerd door ervaring op te doen: nieuwe klussen, nieuwe situaties, nieuwe klanten. Dat kan bijvoorbeeld in de bouw, creatieve sector (media, ontwerp, cultuur), horeca, landbouw of persoonlijke dienstverlening (zoals beauty/wellness). Leren gebeurt continu, maar meestal niet via scholing of cursussen. Dit voelt namelijk al snel te duur, te schools of te theoretisch. De uitdaging zit er vooral in om dit praktijkleren bewuster te benutten en zichtbaarder te maken, en vormen van leren zoals opleidingen, cursussen en trainingen niet op voorhand af te schrijven.

Kansen

Informeel leren, zoals leren van uitdagende taken of van collega’s, is voor volwassenen heel belangrijk, omdat ze aan deze manier van leren veel meer tijd besteden dan aan leren via opleidingen en trainingen.

Bij de praktijklerende zzp’er zit de kracht juist in het werk zelf. Verschillende opdrachten, klanten en werksituaties zorgen ervoor dat voortdurend nieuwe kennis en vaardigheden worden opgedaan. Waar werknemers vaker binnen één organisatie leren, bouw jij ervaring op in meerdere omgevingen. Dat maakt praktijkleren sterk. Juist doordat er in verschillende “keukens” wordt gekeken, ontwikkel je snel brede en bruikbare vakkennis.


Die praktijkervaring biedt ook volop kansen om doelgerichter te groeien. Bij opdrachten kun je kijken naar hoeveel omzet ze opleveren, maar je kunt ze ook bewust kiezen om een bepaald profiel op te bouwen of je verder te ontwikkelen in een niche. Door stil te staan bij wat een opdracht je oplevert aan nieuwe vaardigheden, contacten of ervaring, wordt praktijkleren iets wat je kunt inzetten voor je succes als ondernemer. Zo kan jouw ervaring uit verschillende opdrachten stap voor stap bijdragen aan een sterker en herkenbaarder profiel van jou als ondernemer richting toekomstige opdrachtgevers.


SELECTEER EEN TEKST VOOR DE VOORLEESFUNCTIE

Belemmeringen

Juist omdat leren in de praktijk zo vanzelfsprekend voelt, wordt misschien minder de meerwaarde van opleidingen of cursussen gezien. Je vertrouwt op ervaring en je voelt daardoor minder de urgentie om daarnaast ook nog een cursus of opleiding te volgen. Dat kan werken zolang de markt, techniek of regelgeving niet te hard verandert. Maar zodra er nieuwe eisen of werkwijzen bijkomen, kan dat vertrouwen op praktijkervaring ook een rem worden op nieuwe opdrachten, omdat opdrachtgevers of klanten andere dingen van je gaan vragen. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat een zzp’er in de installatiebranche vooral ervaring heeft met cv-ketels, terwijl opdrachtgevers door de energietransitie steeds vaker vragen om kennis van warmtepompen. Als daarin niet wordt meebewogen, kan dat kansen op nieuwe opdrachten beperken.


Benutten van praktijkleren

Praktijkleren levert veel op, maar die ontwikkeling wordt niet altijd bewust benut. Er wordt wel geleerd, maar dat wordt niet altijd bewust bijgehouden of concreet gemaakt, bijvoorbeeld door te noteren welke vaardigheden je hebt ontwikkeld of wat een opdracht je heeft opgeleverd. Daardoor wordt het ook minder vaak vertaald naar een sterker profiel richting opdrachtgevers. Juist daarom is het belangrijk om bewust te blijven van wie je bent als ondernemer, waar je sterke punten liggen en hoe je daarmee ook in de toekomst van waarde kunt zijn voor opdrachtgevers.


Dat vraagt dat je af en toe een stap terug doet en kijkt welke vaardigheden via opdrachten worden opgebouwd, hoe de markt zich ontwikkelt en welke vragen en problemen van opdrachtgevers nu en straks om nieuwe kennis en nieuwe toegevoegde waarde vragen. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe eisen rond duurzaamheid: een werkvoorbereider of adviseur aanbestedingen moet dan misschien stikstof- en CO2-emissieberekeningen kunnen maken of projecten zero-emissie kunnen ontwerpen. Zonder die bewuste reflectie kan ontwikkeling al snel willekeurig worden en blijven kansen liggen om praktijkervaring doelgerichter in te zetten voor je eigen positie op de markt.

SELECTEER EEN TEKST VOOR DE VOORLEESFUNCTIE

Tips

  • Sta regelmatig stil bij wie je bent als ondernemer met al je kennis, ervaring en vaardigheden. Vraag jezelf af welke vaardigheden je nu opbouwt en of die passen bij het type werk waar je naartoe wilt groeien en hoe je die verder kunt ontwikkelen.
  • Maak praktijkleren zichtbaar: houd bij wat je in opdrachten leert, zodat je jouw ontwikkeling ook kunt laten zien aan toekomstige opdrachtgevers.
  • Kijk bij nieuwe opdrachten niet alleen naar de omzet, maar ook naar wat je ervan kunt leren. Vraag jezelf af welke nieuwe vaardigheden, ervaring of contacten een opdracht oplevert.
  • Kies af en toe bewust een opdracht buiten je comfortzone. Zo’n opdracht helpt je om een nieuwe vaardigheid op te bouwen of je stap voor stap in een nieuwe niche te ontwikkelen.
  • Vraag actief om feedback aan mensen om je heen: juist door feedback van opdrachtgevers, vakgenoten of andere zzp’ers weet je beter wat je in de praktijk leert en kun je zien hoe je die aspecten kunt inzetten richting nieuwe opdrachtgevers.
  • Onderschat de kracht van scholing, trainingen en cursussen niet. Praktijkervaring is waardevol, maar soms is aanvullende scholing nodig om bij te blijven of een volgende stap te zetten. Kijk voor meer kansen en tips ook bij het hoofdstuk over de scholingsgerichte zzp’er.

Specifieke groepen

Werknemers bij grotere bedrijven leren meer en worden meer gestimuleerd om te leren.

Laagopgeleiden, flexcontracten en 50-plussers

Werkenden met een lager opleidingsniveau (≤ voorbereidend beroepsonderwijs), werknemers met een uitzendcontract en, in mindere mate, 50-plussers scoren over de gehele linie minder goed op de indicatoren in deze leercultuurmonitor. Voor alle drie deze subgroepen geldt dat ze aanzienlijk minder cursussen en opleidingen hebben gevolgd en minder vaak veel informeel leren. Voor de laagopgeleiden en de uitzendkrachten staat daar tegenover dat ze vaker een formele opleiding volgen. Het aandeel jongeren is relatief hoog onder de laagopgeleiden en uitzendkrachten wat dit mede kan verklaren.


Wat betreft de gevoelde urgentie is het beeld bij de subgroepen meer divers. Zo lijkt er vooral bij laagopgeleiden en 55-plussers weinig directe aanleiding om meer te willen leren. De kennis en vaardigheden sluiten goed aan, kwalificatieveroudering komt minder vaak voor en de behoefte aan scholing is relatief laag. Bij de uitzendkrachten sluiten kennis en vaardigheden minder vaak goed aan op het werk en is men vaker ontevreden over de leermogelijkheden. Zij hebben dan ook vaker dan gemiddeld behoefte aan scholing.


In de werkomgeving van lager opgeleiden en uitzendkrachten zijn minder stimulerende factoren aanwezig dan gemiddeld. Mogelijke verklaring is dat deze groepen voornamelijk operationele werkzaamheden uitvoeren. Bij dergelijke werkzaamheden is vaak meer focus op korte termijn efficiency en minder op leren en ontwikkelen, omdat dit pas op de langere termijn rendeert. Specifiek voor uitzendkrachten speelt de driehoeksverhouding tussen werkende, intermediair en de werkgever die de uitzendkracht inhuurt mogelijk een rol. De intermediair zal werkenden vooral matchen op de huidige skills en minder snel inzetten op plekken waar geleerd kan worden. En de werkgever wil graag direct goed inzetbare mensen. We zien ook dat uitzendkrachten vaker dan gemiddeld aangeven dat ze overgekwalificeerd zijn. Bij oudere werknemers (55-plussers) zijn stimulerende factoren daarentegen juist bovengemiddeld aanwezig. Ze zijn meer bevlogen, voelen zich meer verbonden met de organisatie en hebben meer autonomie in het werk. Leeftijd en werkervaring hangen samen. Oudere werknemers hebben langer de tijd gehad om door te groeien naar meer strategische, specialistische of leidinggevende posities. Posities die zich kenmerken door meer autonomie in het werk.

Zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp) en bedrijfsgrootte

Zzp’ers zijn een belangrijke en groeiende groep werkenden op onze arbeidsmarkt. Ze volgen van oudsher minder vaak opleidingen en cursussen dan werknemers, maar lijken dat verschil in te lopen. Informeel leren zzp’ers vaker veel van de taken in hun werk dan werknemers. Bij zzp’ers zijn stimulerende factoren zoals autonomie en variatie in het werk vaker aanwezig, waardoor de mogelijkheden om van taken te leren toenemen. Bijna 95% is zeer tevreden over de leermogelijkheden in het werk en 4% vindt dat ze te weinig kennis en vaardigheden hebben voor het werk dat ze doen. De gevoelde urgentie om meer te leren onder zzp’ers is daarmee beperkt.


Werknemers bij grotere bedrijven leren meer en worden meer gestimuleerd om te leren. Met toenemende bedrijfsgrootte hebben werknemers vaker een opleiding of cursus gevolgd en zijn stimulerende factoren zoals variatie in het werk en steun van leidinggevende vaker aanwezig. Ook de urgentie om (meer) te leren lijkt meer aanwezig bij werknemers van grote bedrijven. Het ligt dus voor de hand om in het beleid aandacht te hebben voor met name de kleinere bedrijven.


Sectoren

Er zijn veel verschillen tussen sectoren. Over de hele linie doet de zorg het relatief goed en doen de landbouw en handel het minder goed. Zo is in de zorg terug te zien dat men vaker een cursus of opleiding heeft gevolgd en ook vaker behoefte heeft aan scholing en opleiding. Een mogelijke verklaring is dat voor de zorgprofessionals nascholing verplicht is voor het behouden van hun BIG-registratie.


In de sectoren landbouw en handel is het aantal gevolgde cursussen aanmerkelijk lager vergeleken met de andere sectoren en leert men minder vaak informeel. Ook lijkt er minder urgentie te zijn om meer te leren en zijn stimulerende factoren zoals variatie en autonomie in het werk minder vaak aanwezig. In hoeverre de lagere scores op de indicatoren betekent dat werknemers in deze sectoren minder goed mee kunnen met veranderingen op de arbeidsmarkt kan op basis van deze cijfers niet gezegd worden. In de ene sector zullen veranderingen sneller verlopen dan in de andere sector, en in sommige sectoren kan wellicht sneller geschakeld worden als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld op basis van afspraken over loopbaanadvies of leerrekeningen.